21 nov 2025
Cultuur- en erfgoedpubliek
Aalter - De poort naar Kunstkring Altra in de Boomgaardstraat blijft bestaan, dat hebben de eigenaars van de nieuwe tandartsenpraktijk beloofd. De smidse zelf en de oude bibliotheekgebouwen verdwijnen en daarmee ook een decennialange traditie van creatief en collectief samenwerken rond kunst en ambacht.
“In de poort vind je alle elementen terug van waar Kunstkring Altra al die tijd op inzette: smeedwerk, keramiek, fotografie en poëzie. Er staat ook een boek afgebeeld op de poort, dat symbool verwijst naar de bibliotheek die er was”, vertellen Antoine Loontjens en zijn echtgenote Christiane Voet. “Toch wel een eerbetoon voor vader, dat ze deze poort behouden.” Antoine Loontjens heeft de microbe voor het creatieve smeedwerk te pakken via zijn vader Omer Loontjens. In 2012 interviewde onze COMEET-collega Jolien Verroeye, nu coördinator van Cultuurregio Leie-Schelde, de toen nog heel actieve 93-jarige Omer Loontjens. Je leest het interview hier.
Omer stond aan de basis van Kunstkring Altra en de gezamenlijke smisse waar handige creatievelingen uit de hele regio decennia lang een thuis vonden om prachtige smeedwerkkunst te beoefenen. Hetzelfde jaar is hij overleden. “Mijn vader was smid in hart en nieren. Hij begon zijn carrière in de jeugdinstelling in Ruiselede waar hij via metaalbewerking jongeren op het verkeerde pad trachtte op een beter spoor te krijgen. Hij werd overgeplaatst naar Mol en daar heeft hij dingen gezien die hem ertoe deden besluiten om terug te keren naar Aalter en de instellingen professioneel achter zich te laten. Zijn échte passie, smeedwerk, keerde hij de rug niet toe en hij wou dit ook blijven inzetten voor een sociaal doel.
Zo is de gezamenlijke werkplaats ontstaan, in 1962 al. “Het doet wel pijn om dit levenswerk nu te moeten achterlaten”, vertelt Antoine. “Ik ben daar nu aan het opkuisen en dat is niet gemakkelijk. Als voorzitter moet ik ook blijven trekken en sleuren om daar voldoende hulp bij te krijgen. Maar het is niet anders. Ik moet ook toegeven dat het er ook niet gemakkelijker op werd. Zo is de kwaliteit steenkolen niet meer wat het ooit geweest is. Om te ‘wellen’ in het vuur heb je een goede kwaliteit vette kolen nodig en die zijn bijna niet meer te vinden. Ook dat zijn zaken waar wij mee te kampen kregen.”
Frimout en Van Boeckel
Helemaal stoppen doet het niet. “Sommigen doen thuis verder en ik heb hier thuis ook een beperkte opstelling, maar het zal nooit meer zijn zoals het geweest is. Maar geef me wat dunne ijzerdraad en ik ben er creatief mee bezig. Mijn vader heeft het me nooit rechtstreeks gezegd, dat was een generatie die dat niet deed. Maar tegen anderen uit de kunstkring zei hij blijkbaar wel vaak: vraag het aan Antoine, dat is ‘nen fijnen’.” Enfin, voor het delicatere werk waar je echt stielkennis voor nodig hebt, zit je bij Antoine aan het goede adres. “Mijn vader werkte na Mol op een scheepswerf aan de Visserij in Gent. Om aanvaard te worden, vroeg men hem simpelweg hoe je coniciteit moet berekenen. Grote diameter min kleine diameter gedeeld door twee maal de lengte, klonk het en hij mocht beginnen. Hij heeft toen meteen 2 assen gemaakt die ‘klonken als een bel’. Niet veel later kreeg hij op zijn werk een splinternieuwe draaibank, ze hadden iemand binnengehaald die er iets van kende. Ook toen ik zelf op school zat in Don Bosco in Sint-Denijs zagen ze in de metaalbewerking wel heel vlug dat wij thuis mee moesten helpen om smeedwerk te realiseren.”
In dezelfde periode van de carrièreswitch van vader Omer werd de Kunstkring opgericht. Eén van de motoren daarvan was de bekende kunstenaar Cyr Frimout, broer van ruimtevaarder Dirk. Cyr Frimout creëerde onder andere de glasramen in het gemeentehuis van Aalter. “Later heeft mijn vader ook de Belgische Smedersgilde helpen oprichten. Dat is allemaal gebeurd binnen de zelfde schoot van Altra en de publieke smidse.” Vader Omer was ook bijzonder geïnspireerd door de Lierse edelsmid Louis Van Boeckel (1857-1944), ook wel ‘Den Boeckel’ of Ambiorix genoemd vanwege zijn gigantische snor. Deze belangrijke vooroorlogse figuur binnen de Belgische bouwkunst maakte fantastisch smeedwerk en gaf mee vorm aan de jugendstil tot ver over de oceaan en zijn werk is zelfs terug te vinden aan het Witte Huis in Washington. “De dochter van de Aalterse familie Bockaert-Thienpondt verhuisde naar Lier om er tandarts te worden en daar heeft hij voor het eerst een werk van Van Boeckel gerestaureerd, een ingangspoort, door er het onderste stuk van te vernieuwen. Daarna heeft hij nog smeedwerk gecreëerd geïnspireerd op het werk van Van Boeckel: onder andere voor drankenhandel Den Draaiboom in Lier, zo’n 40 jaar geleden.”, vertelt Antoine. “Daar heb ik samen met mijn vader aan gewerkt, vanwege de omvang van het stuk kon hij mijn hulp goed gebruiken.”


Een nieuwe passie lonkt
“Een belangrijke realisatie van de smidse is ook de kiosk op de Markt van Aalter.” Een prachtexemplaar inderdaad! “Maar ook het herstel en de versiering op de torens van het Kasteel van Poeke, daar zijn we behoorlijk trots op. Weet je, mijn vader was geen grote man en hij woog tussen de 60 en 70 kg. Maar niemand sloeg zo hard op ijzer als hij. Smeden is een techniek. Je moet er niet de spierballen voor hebben als een gewichtheffer of een bokser. Je moet er jouw verstand bijhouden.” Al deze prestaties moesten uitmonden in een boek en dat heeft Antoine dan ook gedaan. Samen met de fotografie van Tom Berth is hij op zoek gegaan naar de ziel van het werk die Omer Loontjens ons heeft achtergelaten: ‘Een leven in smeedwerk’. Het boek kan geraadpleegd worden in de bib van Aalter. Daarin vind je een mooi overzicht van de voornaamste kunstwerken: het grote hoefijzer aan de tunnel nabij het station, de ‘Trimards’ in Sint-Maria-Aalter die verwijzen naar de seizoensarbeid, de hekkens aan de kerk van Bellem en de doopvont in de Aalterse Sint-Corneliuskerk, een pronkstuk. “Gemaakt met een bestaande kuip”, vertelt Antoine. “Wij smeden hebben niet veel nodig. Als je ons een cadeau wilt geven, geef dan geen gereedschap want een beetje smid maakt zijn gereedschap zelf. “Ik doe het zelf al van mijn zeven jaar”, mijmert Antoine. “Ik had meteen de microbe te pakken. Helemaal zal ik het nooit kunnen loslaten, maar ik heb al een tijdje een nieuwe passie: koken.” Ook een talent waar creativiteit en vakmanschap elkaar vinden. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.
Met vlag en wimpel: het doek valt over Vlaggenatelier Cuelenaere
Jan Cuelenaere
Cultuur- en erfgoedpubliek
Wil je graag op de hoogte blijven?