Cultuuroverleg
Meetjesland

Met vlag en wimpel: het doek valt over Vlaggenatelier Cuelenaere

Met vlag en wimpel: het doek valt over Vlaggenatelier Cuelenaere

25 nov 2025

Cultuur- en erfgoedpubliek

Vlaggenatelier Cuelenaere sluit de deuren. Het atelier groeide uit tot een levenswerk waarin drie generaties ambacht samenkwamen: van kantklossende grootmoeder tot schilder die zijn roeping vond tussen gouddraad en velours.

Deel dit verhaal

facebook twitter

In de stilte van zijn atelier in Sint-Laureins vertelt Jan alles aan studente Noor Coen (UAntwerpen) die voor haar studies een rapport maakt over het vlaggenatelier.

In 2024 ging onze collega van de erfgoedcel, samen met ETWIE langs in het vlaggenatelier. Lees hier meer over het bezoek.

Van Amazone naar atelier

Dat Jan hier zou eindigen, tussen fluwelen vlaggen, gouddraad en oude piquermachines, stond allerminst vast. Op zijn achttiende zag zijn leven er heel anders uit. Hij studeerde landbouwingenieur en droomde van Zuid-Amerika, van het Amazonewoud en een zelfvoorzienend bestaan “in the middle of nowhere”. Tot een kotgenoot hem op een dag meenam naar Sint-Lucas. “Hij studeerde kunst en dat intrigeerde me,” vertelt Jan. “Ik wist niets van kunst, maar het voelde alsof er iets open ging.”

Het werd het begin van een nieuw pad: eerst grafiek, dan schilderkunst, later beeldhouwen aan het KASK. Na zijn studies werkte hij in de Zwarte Zaal van de academie, een plek waar theater, film en jazz elkaar ontmoetten. “We stelden tentoonstellingen op, tapten pintjes tijdens concerten. Dat was een andere tijd, alles kon.”

Tot hij met zijn vrouw naar Zomergem verhuisde, “naar de buiten”, zoals hij zegt. En toen kwam dat ene telefoontje van zijn zus. Zij had tijdelijk de vlaggenzaak van hun vader overgenomen, maar zocht iemand die kon tekenen. Wat begon als een tijdelijke oplossing, werd een roeping die zich pas vele jaren later zou tonen.

Een ambacht van drie generaties

Om te begrijpen wat Jan erfde, moeten we terug naar het Brugge van begin twintigste eeuw. Daar begon zijn grootmoeder in de wereld van het kantklossen, een tijd waarin meisjes van twaalf tot achttien jaar wekelijks van Maldegem naar Brugge stapten om in de ateliers te werken. “Ze moesten steentjes in hun schoenen steken als straf,” vertelt Jan. “Het was een harde wereld, maar ze had talent en doorzettingsvermogen.”

Toen de vraag naar kant daalde, schakelde ze over op borduurwerk en passementerie (zoals lintjes, franjes, kwasten), tot er op een dag vraag kwam naar vlaggen. De stap was klein: borduren bleef ze doen, maar nu op fluwelen banieren voor parochies, gilden en religieuze broederschappen. “Mijn grootmoeder was eigenlijk de eerste generatie vlaggenmaker,” zegt Jan. Jans vader nam het atelier over na de Tweede Wereldoorlog. “Hij was een twintiger, vol goesting. Ik heb die goesting niet geërfd,” zegt Jan met een glimlach.

Van schilder tot vlaggenmaker

Toen zijn zus de zaak tijdelijk leidde, vroeg ze hem om enkel ’s voormiddags te helpen met het uittekenen van patronen. “Ik had toen geen job en dacht: waarom niet? Anders blijf ik te lang in bed liggen.” Een jaar later vroeg ze hem om de zaak over te nemen of elders werk te zoeken. “Ik dacht: ik probeer het een jaar. En dat jaar is er dertig geworden.”

De start was moeilijk. “De eerste tien jaar heb ik hier met grote tegenzin gewerkt. Ik dacht vaak: wat doe ik hier?” De komst van de eerste computers veranderde dat. “De digitalisering daagde me uit. Ik moest iets doen met dat nieuwe gereedschap. Dat heeft me over de streep getrokken.” De computer werd niet zijn vijand, maar een bondgenoot, waarmee hij traditionele technieken kon versterken in plaats van vervangen. “Zo ben ik er stilaan ingerold,” zegt hij. “Tot ik plots merkte dat ik meer vlaggen dan schilderijen maakte.”

De kunst van het herstellen

Vandaag is het atelier een tijdscapsule. Overal liggen stoffen, gouddraden, mallen en mappen vol tekeningen. Op één van de werktafels staat een oude piquermachine waarmee nog steeds tekeningen worden geprikt, een techniek die teruggaat tot de Renaissance. “Vroeger deden ze dat met een prikpen, gaatje per gaatje. Nu doet het machientje dat voor ons. Maar het principe blijft identiek.” Jan toont hoe een oud vaandel wordt gereconstrueerd. Eerst wordt het originele ontwerp digitaal overgenomen en gevectoriseerd, daarna op ware grootte geprikt met een piquermachine. “Dat is nog dezelfde techniek als Michelangelo gebruikte voor de Sixtijnse kapel,” zegt hij trots. “Gaatjes prikken, poederen, tekenen, naaien, elke kleur een laag, elke laag een risico.”

Jan herstelt niet alleen vlaggen, hij restaureert ook hun ziel. “Sommige vaandels zijn honderd jaar oud. De stoffen zijn broos, de kleuren vervaagd. Dan kleven we er een nieuwe stof achter en schilder ik de ontbrekende delen bij. Zo blijft de originele vlag bewaard, maar krijgt ze haar glans terug.” Wanneer vlaggen te oud of te zwak zijn, maakt hij reproducties. “Dan blijft de oude vlag als erfgoedstuk bewaard en krijgt de nieuwe een leven op straat.” Soms naaien klanten een stukje van het origineel in de nieuwe versie, “om de geschiedenis letterlijk door te geven.”

Toch noemt Jan zichzelf geen meester. “Voor mij is dit gewoon mijn job,” zegt hij bescheiden. Hij herinnert zich een reünie met oud-medestudenten schilderkunst. “Eén van hen zei me: ‘Ik wou dat ik een stiel had geleerd.’ Dat was confronterend. Toen besefte ik: misschien heb ik toch iets opgebouwd.”

De vlaggen die hij de afgelopen 35 jaar maakte, dragen verhalen van generaties. Van gildebroeders, fanfares, religieuze orden, tot families die hun verleden willen bewaren. “Elke vlag heeft iets meegemaakt,” zegt hij. “En als ze te oud wordt, dan verslijt ze met waardigheid. Zoals wij allemaal.”

De laatste vlaggenmaker van Vlaanderen

Jan is intussen officieel met pensioen en neemt geen nieuwe opdrachten meer aan. “We werken nog af wat hier ligt,” zegt hij. Zijn twee naaisters zijn beiden al decennialang bij hem in dienst en maken nog de laatste vlaggen. “Zonder hen kun je niet beginnen. Hun vakkennis kun je niet zomaar overdragen. Daar bestaat geen school voor.”

Een mogelijke opvolgster diende zich aan, maar twijfelt nog. “Ze is jong, getalenteerd, maar zelfstandig worden is een grote stap. En je moet dit echt met hart en ziel willen doen. Anders lukt het niet.”

Als niemand de fakkel overneemt, verdwijnt het atelier en met het atelier ook een ambacht dat in Vlaanderen nauwelijks nog bestaat. “Er zijn nog ateliers die priesterkledij maken, maar niet zoals wij. Hier gebeurt alles nog stap voor stap, met de hand.”

De telefoon rinkelt nog geregeld: klanten met vragen, verenigingen die hopen op een laatste restauratie, musea die interesse tonen in het archief. Een deel van dat archief zal worden overgedragen aan een erfgoedinstelling, maar veel zal verdwijnen. “Er ligt hier materiaal dat niemand nog kan gebruiken,” zegt Jan, terwijl hij door een lade vol gouddraad en linten graait. “Het is alsof je een taal spreekt die niemand meer verstaat.”

Met vlag en wimpel

“Ik heb er vrede mee,” zegt Jan. “Ik wil weer schilderen. Dat heb ik lang genoeg uitgesteld.”
Hij legt een oud vaandel voorzichtig terug in de doos en kijkt even rond in zijn atelier. “Alles komt terug, op zijn manier,” zegt hij. “Ook ik.”

Gerelateerde verhalen

Publieke smidse sluit en Antoine Loontjens blikt terug

Antoine Loontjens (Aalter)

Cultuur- en erfgoedpubliek

Op bezoek bij Vlaggen Cuelenaere

Jan Cuelenaere (Vlaggen Cuelenaere)

Cultuur- en erfgoedpubliek

Krulbol leeft! Patrick Huyghe, de Driesmolen en krulbolsport in het Meetjesland

Patrick Huyghe, voorzitter Belgische Krulbolbond

Cultuur- en erfgoedpubliek