Cultuuroverleg
Meetjesland

800 jaar geleden: in Oosteeklo bouwen cisterciënzerinnen een abdij

800 jaar geleden: in Oosteeklo bouwen cisterciënzerinnen een abdij

10 jul 2025

Cultuur- en erfgoedpubliek

Wist je dat het middeleeuwse abdijverleden mee het Meetjesland vormde? Met ‘Doe de Abdijendans’ vieren we 800 jaar Abdij Oosteeklo (30 & 31 aug 2025) en duiken we een maand lang in het rijke abdijverleden van onze regio, van het jaar 1000 tot 1492. Met verhalen, bronnen en verrassende ontdekkingen uit het verleden.

Deel dit verhaal

facebook twitter

Assenede (Oosteeklo) – Of het tijdens het feestweekend nu eind augustus 2025 precies 800 jaar geleden is dat de zusters cisterciënzerinnen in Oosteeklo neergestreken zijn? Dat kan niemand ons met zekerheid vertellen. Ergens tussen 1215 en 1235 is het gebeurd, dat wijzen alle bronnen uit. 2025 vormt dan een mooi moedig midden om 800 jaar te vieren, zullen we maar zeggen.

 

De opkomst van de cisterciënzerinnen in Oosteeklo en de vroege Bourgondische invloed

Gedurende onze actie ‘Doe de Abdijendans’ leerden we ook al dat kloostergemeenschappen hier in onze omgeving vaak ontstaan omdat een groep vrouwen of mannen zich op een plek afzonderen. Die gemeenschap groeit, zoekt een eigen identiteit en vindt uiteindelijk erkenning bij het kerkelijk gezag. Zo is het ook in Oosteeklo gegaan. In die periode, begin 13de eeuw, werden talrijke cisterciënzerinnenkloosters gesticht in Vlaanderen. Voor het Meetjesland: Oosteeklo en Doornzele. De orde van Cîteaux, Cistercium in het Latijn, werd in 1098 gesticht door Robert van Molesme en was een tegenbeweging die als kloosterorde, strenger dan hun toenmalige benedictijnse tijdsgenoten zelf, terug wilde keren naar het fundament van de regel van Benedictus. De cisterciënzerinnen dragen een witte kovel en worden op andere plekken soms wel eens bernardinessen genoemd, naar de Bourgondische edelman Bernardus van Fontaines die in 1115 intrad en tot abt werd gekozen. Als Bernard van Clairvaux werd hij een toonaangevende geestelijke, richtte hij buiten Cîteaux zelf enkele nieuwe gemeenschappen op (o.a. die van Clairvaux) en inspireerde hij gemeenschappen tot in Italië maar ook tot in Vlaanderen. In 1225 heersten de Bourgondiërs nog niet over Vlaanderen. Dat gebeurde pas vanaf 1369 toen Filips De Stoute in het huwelijk trad met  Margaretha Van Male en in 1384 zelf graaf van Vlaanderen en Artesië werd in opvolging van haar vader Lodewijk Van Male. Via de leer van Cîteaux was de invloed van Bourgondië, blijkbaar, ruim een eeuw vroeger toch al voelbaar tot in Oosteeklo.

 

Onderzoeker Goegebuer schrijft in 1984 in Appeltjes van het Meetjesland het volgende: “Het oudst bewaarde document over Oosteeklo is de pauselijke bul van Gregorius IX in 1232.  Hiermee geeft de paus aan de jonge abdij enkele voorrechten en vrijstellingen.” Een ander document, ook volgens Goegebuer, dateert van 1254 waarin ridder Jan van Damme een gift bevestigt van zijn vader Diederik van ‘twintig jaar of iets meer geleden’. Dat brengt ons opnieuw dichtbij 1225.

 

Opdracht: het land vruchtbaar maken

De streek in het noorden van het Meetjesland zag er toen anders uit dan nu. Hier groeide weinig op de magere zandgrond en was er vooral veel onvruchtbare heide zonder grote waarde. Gebied waar hard moest op gewerkt worden om het voor landbouw of bosbouw ten gelde te maken. In dat gebied, ten oosten van het drassige en bosrijke gebied op de zandrug hartje Meetjesland, ontstond de nieuwe kloostergemeenschap. Opdracht: het land vruchtbaar maken.

 

In 1267 sterft Elisabeth van Vlaanderen, die mogelijk tot de familie van de graaf van Vlaanderen behoorde. Zij is de eerste priorin van wie de onderzoekers een naam konden terugvinden. Zeker is ook dat tijdens haar leven de gezusters Johanna en Margareta van Constantinopel de jonge stichting aangemoedigd en ondersteund hebben. Dat onderstreept het politieke en religieuze belang van de toenmalige abdij.

 

Het Antifonarium van Oosteeklo: muzikaal topstuk keert virtueel terug

De Orde van de Smoutpot, organisatoren van 800 jaar Abdij van Oosteeklo, speelden met het plan om het ‘Antifonarium van Oosteeklo’, erkend topstuk in het Museum voor Schone Kunsten MSK in Gent, voor een weekend terug te halen naar de abdijsite. Dat is niet gelukt maar er zal wel een video getoond worden over dit fantastische kunstwerk. Het ‘Antifonarium van Oosteeklo’ dateert uit 1498 en werd gerealiseerd onder Quintina van Mastaing, abdis van Oosteeklo, zo staat in het colofon van het liedboek te lezen. Een antifonarium is een koorboek dat gebruikt wordt door koren bij het zingen van het getijdengebed. Dit exemplaar in het Gentse museum is van een uitzonderlijke kwaliteit vanwege de ‘verluchtingen’, kunstige franjes en miniatuurkunst, die aan het boek zijn toegevoegd in een stijl zoals dat in de periode van de Vlaamse Primitieven gebruikelijk was. Er wordt ernstig onderzocht of de tekeningen niet van de hand zouden kunnen zijn van de welbekende Brugse Carmeliet van Sion, Cornelia van Wulfschkercke, aan wie een hele reeks belangrijke werken kan worden toegeschreven.

 

1577: het jaar dat Oosteeklo verdween

Naar het einde van de 15de eeuw toe komt de abdij in financieel slechte papieren terecht, maar het zal niet het gebrek aan geld zijn dat uiteindelijk de zusters van Oosteeklo definitief richting Gent drijft. Onder abdis Johanna Sanders (1536-1583) is de financiële toestand merkelijk verbeterd, maar de toestand in het hele land is meer dan zorgwekkend: beeldenstorm en opstand maken het land onveilig. In 1577 wordt Oosteeklo door de Geuzen verwoest. Opmerkelijk: abdis Sanders is de groottante van Antoon Sanders (1586-1664), die we allemaal kennen als Sanderus. Hij was een tijd pastoor in Oosteeklo en Sleidinge, belast met het opnieuw instellen van het katholicisme in dit stukje Vlaanderen tegen het toen wijdverspreide anabaptisme in. Maar hij was vooral een belangwekkend wetenschapper, geograaf en schrijver van Flandria Illustrata, een werk dat tot op de dag van vandaag geraadpleegd wordt om geografisch te situeren hoe Vlaanderen er in die periode uitzag en wat er allemaal aan belangwekkende gebouwen en plekken aanwezig was. Eigenaardig genoeg staat de abdij van Oosteeklo in de Flandria Illustrata niet vermeld. De abdij was immers in 1577 vernield. Antonius Sanderus heeft zijn groottante bij leven ook nooit gekend.

 

Oude stenen, nieuwe verhalen: de speurtocht naar Oosteeklo’s verleden

Naast eigenaar Steven Roosen mag gids Godfried Stockman zich de man noemen die het voormalige gastenkwartier van de abdij en daarmee de hele geschiedenis van de orde van Oosteeklo opnieuw aan de oppervlakte bracht. Het begon een kleine twintig jaar geleden met gidswandelingen, begeleid met het tamme varken Felicienne,  waarvoor Godfried toen van heinde en verre belangstelling wekte. Na de dood van Felicienne waren de varkenswandelingen verwijzend naar de bijnaam van de Oosteeklonaren (de tseuten of de varkens) niet meer haalbaar, maar ondertussen had Godfried deze site herontdekt en kwam alles in een stroomversnelling. Zijn belangstelling voor de abdij en haar verleden is nog steeds heel groot en naar aanleiding van 800 jaar bereidt Godfried met zijn kompanen een artikel voor over de abdis Eugenie Clara Isabella de Houchin de Longaste (1629-1722). Tel maar na: 93 jaar werd ze! In die periode. 55 jaar lang was Eugenie abdis van het klooster, weliswaar in Gent. Voor Godfried en de Orde van de Smoutpot werd het natrekken van haar verhaal een ware uitdaging en in september zullen ze dan ook het hele verhaal in het lang en het breed uitbrengen. Ze trokken er zelfs voor naar Frankrijk waar ze in Nord-Pas de Calais, niet ver van Bethune, het dorpje Houchin opzochten. De opvallende drie ruiten uit het wapenschild van dat dorp zijn op twee Oosteeklose plekken nog te vinden: op de gevel van het nabijgelegen kasteel en in een Mariakapel van een smal straatje in het dorp van Oosteeklo, richting kerk. Godfried Stockman, Guido van der Eecken en het hele team zochten het hoe en waarom uit en komen wellicht tijdens het feestweekend met meer details. In elk geval: gepassioneerd zijn voor de abdij van Oosteeklo blijft spannend, ook nu nog.

 

Het einde van de orde en de laatste sporen van Oosteeklo

De orde van Oosteeklo kreeg de genadeklap door de Franse Revolutie in 1792. De laatste kloosterzuster van deze orde overleed in 1847 en zo verdween de kloostergemeenschap, ontstaan vlakbij de bossen van Oosteeklo, voorgoed tussen de plooien van de geschiedenis. Wat er van de orde van Oosteeklo nog tastbaar aanwezig is, kan men kort samenvatten: het gastenverblijf, het hierboven vermelde antifonarium in MSK Gent, de wapenschilden van abdis Eugenie de Houchin in Oosteeklo op twee plekken en het nabijgelegen kasteel (nu in privébezit) dat door de laatste abdis Victoria van de Wiele gebouwd werd, merkwaardig genoeg eind 18de eeuw en heel kort voor het voorgoed verdwijnen van de orde.

 

Dat verdient een feestje!

In Oosteeklo zelf bleef van de vroegmiddeleeuwse abdij, sinds de vernietiging in 1577, alleen het gastenkwartier staan. Het gastenkwartier bleef in gebruik als woning bij een landbouwbedrijf en werd in 1998 gerestaureerd door Steven Roosen. Het gebouw heeft een rechthoekige vorm, een dubbele huisopstand, een natuurstenen wenteltrap en bewaard originele elementen zoals zandstenen kozijnen en consooltjes. Restauraties herstelden vensters, vloeren en andere details met vernieuwde materialen, zoals arduinen stijlen en tegels. Het interieur omvat een kelderverdieping met tongewelf, een woonkamer, een keuken en zolderkamers met houten plankenvloeren. Het gastenkwartier is de stille getuige van een vroegmiddeleeuws verleden en geldt, samen met de onderbouw van enkele kerken en het poortgebouw van de Huysmanhoeve, als vermoedelijk één van de oudste gebouwen in het Meetjesland. En dat alleen al verdient een feestje!

Project ‘Doe de Abdijendans’ n.a.v. 800 jaar Abdij van Oosteeklo

Wist je dat het middeleeuwse abdijverleden dit stukje Vlaanderen gevormd heeft?  ‘Doe de Abdijendans’ is een actie om 800 jaar Abdij van Oosteeklo (weekend za 30 en zo 31 augustus 2025, georganiseerd door de Orde van de Smoutpot) kracht bij te zetten. We verkennen een maand lang het Meetjeslandse abdijverleden van rond het jaar 1000, bij de ontwikkeling van Vlaanderen en de Zwinstreek, tot het jaar 1492, toen Columbus Amerika ontdekte. Met verhalen uit de oude doos, gestoffeerd door bronnen die Meetjeslandse heemkundigen en historici ons veelvuldig hebben achtergelaten.

We lieten onze stagiaire Chenoa Genbrugge, studente informatiebeheer aan de Artevelde Hogeschool, op zoek gaan naar sporen in onze bibliotheken en onze collectie heemkundige bijdragen. We doken zelf in onze Erfgoedbank Meetjesland op zoek naar beeldmateriaal en brouwden er 8 teksten, 8 verhalen, mee. Een blik op ons lang vervlogen regioverleden.

Tip

Rond de abdij wandel je in 14  ‘staties’ de Varkensommegang, met informatieborden en kunstwerken van lokale kunstenaars die verwijzen naar het kloosterverleden en het varken, de bijnaam van de Oosteeklonaren. De tekeningen zijn gemaakt door een lid van de vereniging Vergeten Vrouwen die ook actief is op de site: Ingrid Lapiere. De 14 ‘staties’ zijn te vinden langs het fietsknooppuntnetwerk tussen knooppunt 20 en 58. Op de site zelf, indien open, kan je ook nog eens de pandgang volgen, waar in een tiental extra staties, dieper wordt ingegaan op de rijke geschiedenis van de abdij. Ook beslist de moeite waard!

Het gastenkwartier van de abdij zelf en de abdijsite is meestal gesloten en ontoegankelijk, maar tijdens het feestweekend van 30 en 31 augustus 2025 kan je het gebouw dus bewonderen in vol ornaat en tijdens het hele jaar is de site elke eerste zondag van de maand geopend van 14:00 tot 18:00 uur. Meer info op: Orde van de Smoutpot

Voor een echt unieke groepservaring kun je een rondleiding boeken via de vereniging Meetjeslandse Gidsen (info@meetjeslandsegidsen.be)

 

Bronnen

  • P.L. Goegebuer. “Kloosters in het Meetjesland: Oosteeklo – abdij Onze-Lieve-Vrouwe. “ nr 35 (1984): 234-235 Appeltjes-van-het-Meetjesland-35-1984.pdf
  • Vlaanderen onroerend erfgoed. Abdij site van Oosteeklo, cisterciënzerinnen.  Abdijsite zusters bernardinessen met gastenkwartier | Inventaris Onroerend Erfgoed
  • Onze gesprekken met Meetjeslandse gids Godfried Stockman
  • Het opzoekingswerk van Guido van der Eecken en het Oosteeklose team van de Orde van de Smoutpot
  • Gids Dominique Van Wijnsberghe over het Antifonarium van Oosteeklo

Gerelateerde verhalen

Publieke smidse sluit en Antoine Loontjens blikt terug

Antoine Loontjens (Aalter)

Cultuur- en erfgoedpubliek

Met vlag en wimpel: het doek valt over Vlaggenatelier Cuelenaere

Jan Cuelenaere

Cultuur- en erfgoedpubliek

Op bezoek bij Vlaggen Cuelenaere

Jan Cuelenaere (Vlaggen Cuelenaere)

Cultuur- en erfgoedpubliek