We ontmoetten Geert Cocquyt bij een boeiende lezing op woensdagavond in de prachtige OLV Hemelvaartkerk van Watervliet (Sint-Laureins). Archeoloog Dayton Van de Wynckel lichtte zijn masterproef aan de richting Archeologie van de Gentse universiteit toe. Dayton deed intens onderzoek naar het verdwenen Wilhelmietenklooster in Watervliet. Interessante bevindingen en gevonden voorwerpen door Romano Tondat in 1963 en 1964. Een deel hiervan zal terecht komen in de torenkamer van de kerk die zal verder uitgebouwd worden als bezoekerscentrum voor de regio.
Aan de vragen in de zaal konden we het al horen dat Geert Cocquyt zich heel erg in Watervliet en het krekengebied errond verdiept heeft. “Ik ben bioloog en gaf altijd wetenschappen in College Onze-Lieve-Vrouw Ten Doorn in Eeklo en de Zusters Maricolen in Maldegem”, vertelt Geert en we krijgen hiermee meteen ook inkijk in de methode waarop hij als streekgids meer wil te weten komen over de streek. Geert is zeer gepassioneerd door landkaarten en is er vast van overtuigd dat je in de stratenplannen van vroeger en nu heel veel kunt lezen, bijvoorbeeld over het ontstaan van de huidige kreken. Het is deze discussie na de lezing in Watervliet die ons motiveert om even samen te zitten en te luisteren naar de passie van een erfgoedenthousiasteling en streekkenner.


Geopark Scheldedelta
“Tijdens de jaren negentig ging ik met beide scholen mee op de cultuurreis van het zesde jaar: de Italiëreis van Ten Doorn en de Praagreis voor de leerlingen van Maricolen. Zo kreeg ik de microbe van het gidsen te pakken”, zegt Geert. “Renaissance. Cultuur. Het Mooie van het leven. Firenze!” Tien jaar geleden volgde Geert de gidscursus die erkend wordt door Toerisme Vlaanderen. Ondertussen gidst Geert, vooral in Brugge en in zijn geliefde krekengebied. Hij is ook geogids voor het Geopark Scheldedelta (gebied in de driehoek Rotterdam-Antwerpen-Brugge). “Ik heb een passie voor de Boerekreek, Damme, de Zwinstreek… De ontwikkeling van het Brugse Vrije heeft altijd al mijn interesse gewekt. Zo heb ik me meer verdiept in de geschiedenis van deze waterzieke gronden tussen Honte (de huidige Westerschelde) en het Zwin.”





Bij storm en ontij
En Geert bekijkt die zaken als wetenschapper, met de bronnen die er zijn: zaken die hij in de bodem vindt, in het landschap leest en op allerlei oude landkaarten ziet verschijnen. Wanneer hij mij doorheen zijn fraai geïllustreerde documentatiemappen loodst, valt het op hoeveel kaartjes hij heeft verzameld en welke informatie hij daar kan van aflezen. “Ik wil eens terugkomen op het grote misverstand dat bestaat over de vorming van de kreken en waarover ik aan het vertellen was na de lezing in Waterviet. Zo lees ik her en der dat de kreken oude turfputten zijn. Dat is maar een halve waarheid. Het is zo dat bij de grote stormvloeden in de periode tussen de 14de en de 17de eeuw het turf al grotendeels uit de grond was gehaald in dit gebied. Dat heeft er wel voor gezorgd dat de grondwaterspiegel ten opzichte van de zeespiegel gestegen is en dit laag gelegen moergebied heel gevoelig was voor overstromingen, vooral bij stormvloeden en inundaties door de mens. Het huidige hoekige en langwerpig patroon van de kreken is dus vooral het resultaat van moedwillige onderwaterzettingen (inundaties) tijdens de godsdienstoorlogen in die periode. Het is ook compleet fout om te gaan denken dat die kreken zich op één stormdag hebben gevormd. Dat is een evolutie van eeuwen.”
“Het krekengebied, dat is eeuwenlang verkavelen. “Onvruchtbare landbouwgrond en woeste gronden bruikbaar maken voor landbouw, dat heeft de mens hier dijk per dijk en perceel per perceel gedaan. Rijke figuren uit Brugge zoals Hiëronymus Lauwerijn in Watervliet, Pieter Bladelin in Middelburg-in-Vlaanderen, de familie De Plaet of de Adornes, bekend van de Jeruzalemkerk in Brugge, zijn hier in de streek actief geweest. En daarnaast was ook nog een ander machtscenakel op zoek naar rijkdom en gronden: de kerk. Dat zie je aan de vele kloosterorden die hier ook aan het ontginnen geslagen zijn. Nogmaals: een proces van vele honderden jaren: de wilhelmieten in Watervliet, de cisterciënzers, het mysterie van Elmare…”



Reynaert
Dat brengt ons op een ander onderwerp dat Geert drijft om mensen in de regio mee op sleeptouw te nemen: middeleeuwse literatuur. De ontwikkelingsdrang in onze regio loopt parallel met het aantal sporen van bekende Meetjeslandse geschriften in onze regio. Straf toch dat Diederik van Assenede een Vlaamse schrijver uit de 13e eeuw is. Hij wordt genoemd als auteur van het Middelnederlandse ridderverhaal Floris ende Blancefloer. Hij was klerk van de graaf van Vlaanderen van 1260 tot 1280 en schreef in die hoedanigheid literatuur.
Maar ook in de Marialegende Beatrijs (geschreven door een willemijn/wilhelmiet in Watervliet?) en heel zeker in het Middelnederlands dierenepos Van den Vos Reynaerde ziet Geert heel concrete sporen richting het Meetjesland en het krekengebied opduiken, waarvan de meest evident het klooster Elmare is. Het klooster waarvan ze zeggen dat het ergens tussen Waterland-Oudeman en Waterlandkerkje door de golven moet verzwolgen zijn en waar alleen nog vroegmiddeleeuwse schriftelijke bronnen naar verwijzen. En dan komt de leerkracht, de docent, in Geert naar boven. “Kijk, dit kinderboek van Uitgeverij Casterman over de Vos Reynaert”, toont Geert. “Als ik hieruit voorlees en de sporen richting onze regio uitleg, dan hangen de kinderen aan mijn lippen. Ook volwassenen blijven dit bijzonder waardevolle verhalen vinden.”
Wil je graag op de hoogte blijven?