02 okt 2026
Cultuur- en erfgoedpubliek
In 2024-2025 werd de Pietendriesmolen volledig gedemonteerd en grondig gerestaureerd met de ambitie om hem opnieuw maalvaardig te maken. De molen keerde terug naar zijn historische plek in Knesselare om opnieuw uit te groeien tot een herkenningspunt in het landschap en een levend stuk erfgoed voor toekomstige generaties.
Aan de rand van Knesselare (Aalter), op de historische Dries, staat de Pietendriesmolen. De houten staakmolen kent een geschiedenis die teruggaat tot 1563 en werd in de loop der eeuwen verschillende keren hersteld. Na een grondige restauratie in 2024–2025 is de molen opnieuw maalvaardig. Wie naar de molen kijkt, ziet meer dan hout, wieken en tandwielen. Achter dit monument schuilt een verhaal van vakmanschap, families en mensen die het ambacht levend houden.
Voor molenbouwer en -hersteller Kris Wieme voelt de Pietendriesmolen bijna als een rode draad door zijn leven. Als zesjarige kwam hij er voor het eerst met zijn vader Roland. Die was toen al actief op de site. Samen bouwden vader en zoon later aan een bijzondere traditie in de molenbouw.
“Er zijn geen twee gelijke molens,” vertelt Kris. “Je leert dit vak molen per molen, stap voor stap. Met kleine herstellingen doe je nieuwe inzichten op en langzaam groei je.” Het is een vak dat niet zomaar in een bedrijf kan worden opgestart. Kennis en ervaring worden doorgegeven, letterlijk van generatie op generatie.
Dat geldt ook voor het bedrijf Molenbouw Wieme Roland & Kris, dat vandaag vanuit Machelen in heel Vlaanderen actief is. Kris’ vader Roland begon als aannemer en metselaar, maar raakte via contacten met molenaars steeds meer geboeid door wind- en watermolens. De Poelbergmolen in Tielt en de Knokmolen in Ruiselede waren enkele van de grote projecten die het bedrijf definitief in de richting van molenbouw en -restauratie stuurden.
Roland overleed in 2020, maar zijn naam leeft voort in het bedrijf en in het vak dat zijn zoon Kris verderzet.
Je leert dit vak molen per molen, stap voor stap.
Kris Wieme
De restauratie van de Pietendriesmolen ging uiteindelijk veel verder dan eerst gedacht. Wat begon als een onderhoudsopdracht, werd een grondige renovatie. De oorzaak was ernstige slijtage aan het draaipunt bovenaan de centrale molenstaak. Twee metalen schijven waren aan elkaar vastgeraakt, waardoor metaal op hout begon te werken. De houten constructie werd daardoor steeds verder aangetast en de molen kwam alsmaar schuiner te staan.
De hele bovenbouw moest van de staak worden gehaald. Een ingreep met risico’s, maar tegelijk een unieke kans om de molen volledig na te kijken en opnieuw op punt te stellen. De wieken werden hersteld, de beplanking vernieuwd en onder meer de eeuwenoude trap naar de meelzolder werd vervangen.


Voor Kris is net dat de charme van het vak. “De principes waarop molens zijn opgebouwd, zijn altijd dezelfde. En toch is elke molen anders.” Herstellingen uit het verleden, de keuzes van vroegere vaklui en de beschikbare materialen geven elke molen zijn eigen verhaal.
De Pietendriesmolen is bovendien bijzonder authentiek. In de molen zitten nog heel wat originele onderdelen. Zo werd in de onderbouw een voetbediende draaibank teruggevonden waarmee de laatste molenaar, Henri Taets, de molen tot 1965 hielp onderhouden.
Benieuwd naar meer over Henri Taets? Je ontdekt het in dit interview.



De geschiedenis van de Pietendriesmolen en die van de familie Wieme kruisen elkaar al sinds de jaren 1980. Roland Wieme kwam er dankzij zijn vriendschap met vrijwillig molenaar Marc Verheughe. Wat begon als interesse groeide uit tot een levenswerk.
Vandaag zet zoon Kris die traditie verder. Molenbouw Wieme is uitgegroeid tot een gespecialiseerd bedrijf met vier werknemers. Het is een klein wereldje, waarin ervaring en kennis bijzonder belangrijk zijn. “Een lange weg, langzaam maar zeker afgelegd”, vat Kris de geschiedenis van het bedrijf samen.
Het verhaal van Roland leeft dus verder in het vakmanschap van zijn zoon.
Restaureren voor het zicht, dat interesseert mij niet. Het steenkoppel moet maalvaardig zijn!
Kris Wieme
Een molen is nooit alleen een gebouw geweest. Hij maakt deel uit van een landschap en van een gemeenschap. Dat wordt duidelijk wanneer je naar de geschiedenis van de Pietendriesmolen kijkt.
De molen was eeuwenlang verbonden met de molenaarsfamilie Taets. Petrus Taets kocht de molen in 1880. Zijn zoon Henri Taets nam het werk later over en bleef er malen tot hij 83 jaar oud was. Hij was de laatste molenaar-eigenaar van de Pietendriesmolen. In 1965 viel met zijn overlijden ook het malen stil.
De familieband met de plek is er vandaag nog altijd. De familie woont nog steeds op het naburige landbouwbedrijf. En ook de volgende generatie vindt opnieuw aansluiting bij het molenaarsambacht. Kris ziet daarin een belangrijke sleutel voor de toekomst. Want een molen moet volgens hem vooral blijven doen waarvoor hij gemaakt is: malen.





Die eerste maalbeurten: zalig
Kris Wieme
Na tien maanden hard labeur kwam voor Kris het moment waarop alles samenkwam: de eerste maalbeurten na de restauratie. “Voor mij, als hersteller, zijn de eerste maalbeurten, bij wijze van proef, de meest zalige momenten. Daar kan ik echt euforisch van worden.”
Een molen herstellen noemt hij een moeilijke puzzel. Elke balk, elk wiel en elk onderdeel vertelt iets over de manier waarop vroegere molenbouwers en molenaars met de molen omgingen. Net daarom is de Pietendriesmolen voor hem meer dan een restauratieproject. “Ik heb echt het gevoel dat ik met deze molen mee gegroeid ben.”
Nu is de molen opnieuw klaar voor de toekomst. Mola zal het malen in handen nemen en met een groep vrijwilligers kan de Pietendriesmolen opnieuw een levende plek worden. Want uiteindelijk is dat waar het voor Kris om draait: dat de kennis wordt doorgegeven, dat jonge mensen geboeid raken door het vak en dat de wieken blijven draaien.
Een eeuwenoude molen vraagt eeuwenoud vakmanschap. Maar vooral: mensen die het verhaal willen verderzetten.





Download hier de online erfgoedsprokkel van de Pietendriesmolen.
Wil je graag op de hoogte blijven?