25 nov 2025
Cultuur- en erfgoedpubliek
Jan Cuelenaere (65) neemt afscheid van zijn ambachtelijke vlaggenatelier in Sint-Laureins. Na tientallen jaren vakmanschap gaat hij met pensioen. Collega Iris van onze erfgoedcel ging samen met ETWIE in 2024 op bezoek.
Lees hier het interview van studente Noor met Jan Cuelenaere.

Als we arriveren in het atelier van Vlaggen Cuelenaere, dat zich eigenlijk achter in de tuin van zijn woning bevindt, is onze collega Iris van Erfgoedcel Meetjesland al helemaal verdiept in een prachtige vlag die centraal op de tafel gespreid ligt. Een vlag met parels en stiksels, stucwerk en franjes: het is meteen een voltreffer. “Die vlag ligt hier klaar om hersteld te worden“, zegt Jan, zaakvoerder van Vlaggen Cuelenaere en de derde generatie op rij die het vlaggenatelier bestuurt. Samen met zijn twee werkneemsters voert hij herstellingen uit en maakt hij vlaggen op maat, stukken die niet zomaar uit een printer kunnen rollen.

Hij is nochtans met “gezonde tegenzin” in de zaak gerold. Na een opleiding tot kunstschilder lagen zijn ambities eigenlijk elders. Het was dan ook de zus van Jan die het bedrijf overnam van hun vader, hijzelf sprong gewoon een dag per week in om hier en daar te helpen met het uittekenen van patronen. Toen zijn zus besliste om in de zaak van haar man te stappen, kreeg Jan de kans om Vlaggen Cuelenaere over te nemen. En zo geschiedde. Vader Cuelenaere stond nog een tijdlang mee aan het roer van het schip, wat de eerste jaren al eens discussies opleverde, maar intussen is Jan allang geen aarzelende aanvoerder meer. Vol passie vertelt hij over stoffen en garens, naaimachines en plotters, borduren en opzetten, en over de maatschappelijke tendensen die je kan afleiden uit de aandacht die naar vlaggen gaat. De laatste kapitein van een prachtig schip, zo lijkt het vandaag. Want Jan gaat met pensioen en er lijkt niemand zo begeesterd als hij om de zaak over te nemen. “Werk genoeg nochtans“, stelt Jan “we zijn een van de weinigen die vlaggen kunnen maken en restaureren aan een betaalbaar tarief“. De telefoon rinkelt inderdaad geregeld tijdens ons bezoek.

Vlaggen Cuelenaere werd opgericht door Marie Van Hulle, grootmoeder van Jan, die haar strepen in de textielwereld verdiende door een ‘kantklosschool’ te bestieren. In het begin van de 20ste eeuw rezen de kantklosbedrijfjes in het Brugse als paddenstoelen uit de grond, onder meer om te voldoen aan de vraag van toeristen die verzot waren op het kostbare textiel. Na een aantal jaar werd de kantklosschool omgevormd tot een borduurschool, die zich met verloop van tijd ging specialiseren in het maken van vlaggen. Verenigingen allerhande, steden en gemeenten, maar ook religieuze instanties vonden de weg naar het atelier, dat vandaag focust op ‘textilia die ook echt nog protocolair gebruikt worden‘ zoals Jan het zo mooi zegt.
Die ceremoniële waarde die aan vlaggen vasthangt, heeft Jan al vaak van dichtbij ervaren. “Als we een vlag moeten herstellen voor het leger, dan wordt die letterlijk begeleid door een militair die de vlag in principe niet uit het oog mag verliezen.” Maar goed, soms moet zo’n vlag toch in het atelier overnachten. Dan wordt de overdracht officieel op papier gezet en het stuk aan de goede zorgen van Jan en zijn collega’s toevertrouwd, maar niet vooraleer hen nog eens op het hart te drukken dat de vlag zeker hoog genoeg moet blijven en de vloer absoluut niet mag aanraken. Of wat te denken van het verenigingsleven Limburg, waar de gildevlaggen hoog in het vaandel worden gedragen en zelfs officieel gekeurd worden? Vooraleer die periodieke keuring doorgaat, worden de vlaggen zo goed mogelijk opgeblonken, gerestaureerd en gepresenteerd in de hoop dat ze zo een hoge score weten te behalen. Enter Jan, die met zijn jarenlange ervaring de gildebroeders en -zusters die bij hem aankloppen net dat voetje voor weet te bieden tijdens de keuringsceremonie.

Ondertussen ligt naast de pronkvlag van het begin een stapel mappen op de werktafel, gevuld met decennia aan ontwerpen die door Jans grootmoeder en later zijn vader en hijzelf getekend werden. Terwijl we door de mappen bladeren, vertelt Jan over de maatschappelijke tendensen die hij via de iconografie van de vlaggen zag passeren. Zo zien we een map die barst van de religieuze scènes, en dan vooral van taferelen waarbij Maria met een kindje Jezus op de arm richting een dorpskern kijkt. Door bepaalde kerktorens, specifieke landschapselementen of andere karakteristieke kenmerken van een gemeente toe te voegen, zag elk ontwerp er net iets anders uit en bracht de vlag de parochie ook letterlijk samen onder de kerktoren. Er volgen nog mappen, waaronder eentje met heel veel publicitaire ontwerpen – hallo kapitalisme – en een map met afbeeldingen die aantonen dat ook de socialistische bewegingen het volk onder hun vlag wilden verzamelen. We zien scènes waarbij werkmannen en -vrouwen onder een voluit stralende zon in de weer zijn met een zeis, een hamer en aambeeld of pakweg textielwerk in prachtige kleuren.

Het belang van een mooie vlag om mensen bijeen te brengen was en is alleszins niet te onderschatten. De dag van vandaag vormen bijvoorbeeld verenigingen een belangrijk deel van het klantenbestand van Vlaggen Cuelenaere. Ook het verenigingsleven levert dus een map vol mooie ontwerpen op. Denk aan vlaggen met rijkelijk versierde instrumenten voor fanfares of met kleurrijke wapenschilden van studentenverenigingen, waarmee blijkbaar vooral de Nederlandse studenten terug graag uitpakken. Die laatste categorie vlaggenbezitters bezorgde hem wel al exemplaren die, om het voorzichtig uit te drukken, ‘sterk vervuild’ zijn. We zijn Jan dan ook dankbaar dat hij het niet nodig achtte om de vlag die hij al jarenlang in bewaring heeft en “nog steeds naar alcohol en rode kool ruikt” als bewijsmateriaal van die vervuiling voor te leggen. “Een vlag moet in feite verslijten om ‘iets’ te zijn“, dixit Jan. We geloven hem graag op zijn woord.

De herinneringen die aan het patine van een vlag hangen, verhogen dus haar status. Soms gaat die nostalgie samen met wat de vlag in kwestie meegemaakt heeft: wie stal ooit al de vlag van een concurrerende jeugdbeweging of studentenclub, of ging ze terughalen? Of simpelweg met het respect voor haar leeftijd. Als een vlag echt te oud of kapot is om te blijven gebruiken, moet ze vervangen worden en dan ziet Jan het wel eens dat er een stukje stof uitgeknipt wordt om in de vervangende, nieuwe vlag te naaien. Kwestie van de geschiedenis en de status van de voorganger letterlijk over te dragen.
Niet alleen vlaggen passeren, maar helaas ook de makers van ambachtelijke vlaggen. Doorheen de jaren heeft Jan veel zien veranderen in zijn branche. Ateliers moesten zich kunnen aanpassen aan nieuwe technieken, aan de vragen van hun klanten of aan veranderende conjuncturen om te overleven, waardoor een groot aantal ateliers het echte maatwerk lieten vallen. In de jaren ’90 moesten de overblijvende vlaggenateliers kiezen: op de kar van de digitale vernieuwing springen of hun werk ambachtelijk verder zetten. Zou het met zijn artistieke aanleg te maken hebben, dat Jan als een van de weinigen voor die tweede optie koos? Er zit alleszins poëzie in zijn atelier: gaande van de antieke maar nog steeds functionele piqueermachine van zijn grootmoeder, over de veelkleurige rollen stof die uit hun opbergvakken piepen, ladekasten met allerhande parels, versiersels en verschillende schakeringen van gouddraad en kartonnen dozen waarop etiketten kleven met ‘goudkleurig franje’ of ‘feutrine’ erop, tot het oude houten spanraam om het natte textiel op te spannen, of simpelweg de plastic petanqueballen die over het ruwe uiteinde van de metalen stangen in het atelier geschoven zijn om passanten niet te bezeren. Het oog van de buitenstaander romantiseert misschien het een en ander, maar de werkplek van Jan voelt echt als de grot van Ali Baba.

Intussen is ook Vlaggen Cuelenaere aan haar laatste maanden toe, tenzij er zich nog een geïnteresseerde overnemer aanbiedt natuurlijk. “Iemand die er ook passie voor heeft“, zegt Jan, anders lukt het nooit om alle kennis die in het bedrijf zit, goed op te nemen. Zijn twee medewerksters zijn nu 50 jaar en na vele jaren van vlaggen vervaardigen en restaureren op de top van hun kunnen. Omdat ze per vlag wel een nieuwe uitdaging en dus ook oplossing zien, hebben deze vrouwen intussen zowat alle vakkundige kneepjes in de vingers. Het zou zonde zijn om dat verloren te zien gaan, ook vanuit het standpunt van het erfgoed, maar tegelijk heeft Jan zelf er rust in gevonden. Zijn pensioen en schildersatelier lonken en de kapitein zwaait uit, met vlag en wimpel.


Publieke smidse sluit en Antoine Loontjens blikt terug
Antoine Loontjens (Aalter)
Cultuur- en erfgoedpubliek
Wil je graag op de hoogte blijven?